Sol perturbé: Caroline Coolen

Sol perturbé: Caroline Coolen
11 jun 2017 - 16 jul 2017
Text: 

Zo komt een oeuvre tot stand: behoedzaam, met uithalen en inhouden – door motieven te herschikken en te combineren, door elementen uit te werken als variaties op een muzikaal thema. Zo vindt een kunstenaar zijn weg: tussen twijfel aan alles en de rustige zekerheid dat de vorm zichzelf zal tegenkomen – gestaag en ongevraagd, zoals de seizoenen dat doen.
Caroline Coolen (°1975) gaat graag aan de slag met wat zij op haar pad vindt. Dat mogen wij letterlijk nemen. Heel wat objecten en patronen die zij in haar werk een plaats geeft, heeft zij langs de weg of in het bos opgeraapt. Je zou het afval kunnen noemen, datgene waarvoor we eigenlijk geen plaats hebben. Ongewenste elementen zijn het, spullen en vormen die zich ophouden in een niemandsland, op braakgrond, aan de zijkant van onze wereld – autobanden, boomschors, het silhouet van een oude hond, afgetrapte schoenen. Gekneusd en gescheurd zijn ze; ze hebben geleefd. Leg alles op een hoop en zie: al deze stomme dingen blijken elkaar te kennen. Zij zoeken elkaars gezelschap op. Misschien behoren zij tot een stam uit oude tijden, een volk van voor de taal. Dat is het materiaal waarmee Caroline Coolen haar sculpturen voedt, maar evengoed zijn het de dingen zelf die het werk van de kunstenares vorm geven. Nu kan het trage proces beginnen van assembleren en transformeren – de alchemie van het creëren. In het atelier worden vormen gedistilleerd tot hun essentie. Het ene materiaal vervangt het andere. Iets is altijd ook iets anders. Iets is altijd iets anders.
Op verstoorde grond is Caroline Coolen in haar element, tussen objet trouvé en pioniersvegetatie – berkenbast, dorre en gebarsten grond, slang en schedel. Een nieuw motief in haar werk is de distel, die eigenzinnige en moeilijk uit te roeien plant die in wegbermen en op braakland woekert. De hoekige, scherpe vormen van de plant lenen zich als geen andere tot een reïncarnatie in keramiek – sinds haar maandenlange verblijf in het European Ceramic Workcentre (Oisterwijk, NL) integreert de kunstenares porselein in haar sculpturen. De spanning tussen dit ogenschijnlijk broze, precieuze materiaal en Coolens aardse, ruwe vormen is niet de laatste paradox in haar oeuvre.
Hoe actueel ook, toch schuilt er iets heel ouds in dit werk. Is de figuur van de wildeman, die Coolen monumentaal en meer dan levensgroot uitwerkt, niet uit de Italiaanse renaissance tot ons gekomen ? Herkennen we niet ’t schubbig distelhaar uit het gedicht dat Guido Gezelle in augustus 1895 opschreef – ‘van wetswege en bij koningswoord / verboden en gebannen’ ? Zijn deze distels niet evengoed een verre echo van de stillevens die Marseus van Schrieck in het Holland van de Gouden Eeuw schilderde ? Bevat de porseleinen schors van Chum, een onderkomen voor de nomaden en al die andere thuislozen van vandaag – ongenode gasten op zoek naar een beter leven – geen tekstfragmenten uit een dode taal ? Zo wordt tekst textuur. Zo is elk van deze assemblages een speelse, levendige maar evengoed urgente nature morte, het resultaat van opstaan en vallen. Omtrekkende bewegingen zijn het – een trage choreografische solo rond het speelvlak waarin het werk vorm krijgt. Daarom is het nooit stil in de sculpturen en tekeningen van Caroline Coolen: het klinkt en botst, de naden knarsen.

Eric Min, mei 2017