Otto Berchem, curator Patrick Ronse

Otto Berchem, curator Patrick Ronse
Carousel
Whitehouse Project space
16 sep 2018 - 21 okt 2018
Vernissage 16 september, 16-19 u
Exhibition Views: 
Text: 

Otto Berchem (°1967, Milford, CT, VS) leeft en werkt in Amsterdam en Bogota, Colombia. Hij studeerde beeldende kunst in New York en in Edinburgh en later ook aan de Rijksakademie in Amsterdam.
Als een Amerikaanse kunstenaar die het grootste deel van zijn leven in het buitenland gespendeerd heeft (van New York, naar Edinburgh, naar Amsterdam en uiteindelijk naar Bogota), is het voor zijn praktijk belangrijk geweest om relaties te creëren tussen machtscentra en wat willekeurig wordt benoemd als periferie.

Zijn perceptie van het conceptuele denken is gebaseerd op zijn eigen ervaringen als inwoner van Colombia, met zijn hevige politieke en sociale tegenstrijdigheden. Berchem werd ondergedompeld in een continent dat voortdurend dooreen geschud wordt door internationale en locale belangen. Zo werd zijn perceptie van het conceptuele denken beïnvloed door een experimenteel en complex begrip van moderniteit.

De militaire dictaturen, totalitaire regimes en zwakke economie, gebaseerd op de internationale standaard, hebben allen de Latijns-Amerikaanse kunst beïnvloed. Ze genereerden binnen de Latijns-Amerikaanse kunstwereld een veelheid aan stijlen, vormen, betekenissen en bewegingen. Voor Berchem, wiens praktijk gevoed wordt door de poëtica van gecodificeerd taalgebruik, was deze omgeving enorm inspirerend.

Sinds zijn verhuis naar Colombia, richtte Berchems werk zich op het onderzoeken van verschillende visuele of symptomatische manifestaties in de geschiedenis van de Latijns-Amerikaanse kunst van de twintigste eeuw. Vanuit dit onderzoek eigende hij zich de moderne, Latijns-Amerikaanse vormelijke paradigma’s en stereotypes toe en omvatte hij deze in zijn praktijk.
Met de video Inverted Americas evoceert Berchem Joaquín Torres Garcías’ tekening América Invertida uit 1943, waarop Zuid-Amerika ondersteboven afgebeeld staat.
Door het kanaliseren van een van Joaquín Torres Garcías’ meer bekende bijdragen aan de moderne kunst, bevraagt Berchem het idee van identiteit en de clichés van nationaliteit en grondgebied.

Eén van de bekommernissen onder Latijns-Amerikaanse intellectuelen uit de tweede helft van de twintigste eeuw, was dat het merendeel van de conceptueel gegronde kunst uit Latijns-Amerika te geconcentreerd was op ervaring, sensatie en vormelijke of optische spellen, eerder dan het concentreren op of het direct bijdragen aan het blootstellen van de bestaande socio-politieke spanningen. Dit was bijvoorbeeld het geval in de Tropicália beweging in Brazilië of de Kinetische kunstbeweging in Venezuela.

De kloof tussen politieke en apolitieke of steriele kunst, dient als een soort motor die door Berchem wordt opgestart aan de hand van zijn chromatische code, een alfabet van kleuren dat geïnspireerd werd door de werken van de Uruguayaan Jorge Adoum, Vladimir Nabokov, de ontwerpen van de eerste drie albumcovers van New Order door Peter Saville, en de toestand van synesthesie. Met dit kleurenalfabet wil de kunstenaar een vormelijke, moderne expressie met politieke inhoud bieden. Tegelijkertijd wil hij de revolutionaire emblemen die de oppositie van de officiële macht in Amerika van het midden van de twintigste eeuw tot vandaag de dag symbolisch representeerden, van hun betekenis ontdoen.

In een ander werk gebruikt hij een kleurenalfabet dat hij zelf gecreëerd heeft en plaatst hij de esthetiek van een traditioneel ritueel naast dat van het protest. Het vertrekpunt is een element uit de traditionele Meidagviering: een traditionele dans met linten rond de meiboom. Het werk zweeft tussen schilderij en beeldhouwwerk, komt voort uit een performance en staat stil bij het idee van conflict en resolutie. Op de 18 gekleurde linten die de dansers vasthouden, is de zin ‘We Are the Revolution’ te lezen. De metaforische relatie tussen de spanning van de linten en het vermengen van de verschillende kleuren is essentieel. Terwijl ze rond de meiboom dansen en de linten vlechten en met elkaar verweven, bekrachtigen de dansers dit statement. Wanneer ze op hun stappen terugkeren en de linten ontwarren, evoceren ze het falen van de voorbije revoluties (en Sovjets).
Het kleurenalfabet komt ook terug in het diawerk dat Otto Berchem voor deze tentoonstelling realiseerde. Het werk, getiteld Whisper, bestaat uit 76 dia’s en parafraseert het nummer Talking about a revolution van Tracy Chapman. Eens de kleuren gedecodeerd worden, luidt de tekst: ‘Talking About Revolution Sounds Like A Whisper A Revolution Sounds Like A Whisper’.

‘All revolutions go down in history, yet history does not fill up; the rivers of revolution return from whence they came, only to flow again.’

Guy Debord

Otto Berchem voerde obsessief onderzoek naar codes en classificatiewijzen. Als vreemde in Colombia besloot hij twee van zijn voornaamste interesses te verenigen: de traditie van de conceptuele schilderkunst en de botanische expeditie van de priester en wetenschapper José Celestino Mutis (1732 – 1808) in het Colombia van de achttiende en negentiende eeuw als een manier om een inventaris op te stellen van de exotische ontdekkingen van de tropische flora van het land.

Berchem creëerde een nieuwe inventaris van planten, schilderde hun silhouetten en combineerde deze met een toe-eigening van het werk van een van de belangrijkste conceptuele schilders aller tijden, Daniel Buren, wiens kenmerkende strepen de schilderkunst van een nieuw perspectief voorzagen en de schilderkunst overstijgen door deel te worden van de ruimte. Wanneer hij posters ging plakken in de metro stations, noemde hij deze affichages sauvages (wilde affiches).

Berchem vermengt dit idee van het ingrijpen in een ruimte met deze beelden van de wilde tropen en brengt zo een hommage aan het conceptualisme. De rationaliteit van de strepen staat in sterk contrast met de exotische en willekeurige vormen van de natuur, in zijn opzet om deze opnieuw te classificeren vanuit het standpunt van een hedendaagse buitenlander.

Otto Berchem (°1967, Milford, Connecticut) woont en werkt in Bogota. Een selectie van zijn tentoonstellingen: Carousel, The White House Project Room, 2018 (solo), Dive For Dreams, Ellen de Bruijne Projects (solo), Amsterdam (2017), Tropical Buren, Steve Turner Contemporary, Los Angeles (solo) 2016; Impenetrable, Galeria Pilar, Sao Paulo 2015 (solo); Clip-Clapper, Bis – oficina de proyectos, Cali 2015 (solo); Beyond Borders, 5de Triënnale van Beaufort, België 2015; Theorem, Mana Contempoary, 2015; Sucursal 32 - MALBA, Buenos Aires; Le futur commence ici, Frac Nord-Pas de Calais 2013; Revolver, Ellen de Bruijne Projects, Amsterdam (solo); Stem Terug, De Apple, Amsterdam 2012; Blue Monday, La Central, Bogota 2011 (solo); You Are Not Alone, Fundació Joan Miró, Barcelona, 2011; 4de Triënnale voor Hedendaagse Kunst, Friedrichshafen; Give(a)way, EVA International, Limerick, 2006; 9de Biënnale van Istanbul, Istanbul, Turkije, 2005; 4de Biënnale van Gwangju, Gwangju, South Korea, 2002.

1) Guy Debord, Panegyric, geciteerd in Greil Marcus, The Dustbin of History (Cambridge: Harvard University Press, 1995), 78.