Haleh Redjaian & Mathias Prenen

Haleh Redjaian & Mathias Prenen
Chinamen of Oklahoma
Whitehouse Gallery
11 nov 2018 - 16 dec 2018
Vernissage 11 november , 16 - 19 u
Exhibition Views: 
Text: 

THE CHINAMEN OF OKLAHOMA IN LOVENJOEL

... who jumped in limousines with the Chinaman of Oklahoma on the impulse of winter midnight streetlight smalltown rain,
who lounged hungry and lonesome through Houston seeking jazz or sex or soup, and followed the brilliant Spaniard to converse about America and Eternity, a hopeless task, and so took ship to Africa, ...

In de eerste zoveel pagina’s van Allen Ginsbergs gedicht Howl (1955-’56) vangt zin na zin aan met het voornaamwoord “who”. Het houdt de maat, het is een lanceerbasis om naar terug te kunnen keren en steeds opnieuw van te vertrekken. Draaiend rond deze ritmische as tracht Howl telkenmale tot de essentie te komen van de cultuur en generatie die Ginsberg omringen.

Mathias Prenen en Haleh Redjaian kozen Ginsbergs Chinaman of Oklahoma als vertrekpunt voor hun samenwerking die “niets zegt over wie we zijn, maar alles over waar we samenkomen”. Niet het “wie”, maar het “waar” dus als verbindende en in deze tentoonstelling vaak omcirkelde factor.

Op uitnodiging van Elly Kog en Bert Verlinden werd hun werk samengebracht in de galeriewoning in Lovenjoel. Het witte huis werpt een lange schaduw op Prenens betonnen uitvoering van een mogelijke Ofra Haza. De exuberante, hier met een traditionele kralenketting beklede Israëlische popzangeres zingt de om de hoek staande barokke beeldhouwer en begaafde houtsnijder Grinling Gibbons afwisselend toe in het Hebreeuws, Arabisch en Engels.

Bij het binnenkomen worden we door een ander #BALUSTER-paar van Prenen begroet. De 11de-eeuwse Japanse hofdame Sei Shōnagon speelt een glanzende rijzigheid, verfijning en vrouwelijkheid uit tegen de meer geblokte en gebalde Jackie Chan aan haar zijde. Als een houten karatemachine staat hij klaar om iedere overschaduwende beweging van haar of het publiek op te vangen. Ik stel mij een situatie voor waarbij inkomhal balzaal wordt en de totems elkaar beginnen af te tasten op het snelle, poppy ritme van True Faith (The Morning Sun Extended Remix) van New Order. Dit nummer verwijst eveneens naar de titel van de met bladgoud, grafiet en acrylverf uitgewerkte collage van Redjaian die de ruimte achter het stel werken opentrekt. Na het dansen maakt de nacht plaats voor een streep ochtendzon die aan de driehoekige horizon verschijnt.

Redjaians abstracte werken vragen tijd, vragen om een andere manier van kijken. Soms nemen ze je vanop ooghoogte mee naar een parallelle ruimte met meerdere horizonnen en perspectieven. Op papier of op hout getekend, op tapijt of aan de muur opgespannen, de lijnen trillen telkens anders. Met de neus erop wordt duidelijk dat niet de geometrische grid, maar de menselijke hand de toon aanslaat. Glanzende goudschakeringen, regenbogen van zwart of andere aquarelkleurigen waaieren subtiel los van de rechtlijnige rationele systemen waarmee we de soms overweldigende chaos in ons leven trachten te ordenen en beteugelen. Redjaians lijnen herhalen zichzelf eindeloos, met een vaste cadans, maar niet altijd even evenwijdig, soms eindigend in een dikker aangezet punt of verdwijnend in een plooi. Ze lezen als persoonlijke partituren, zetten zich neer op het ritme van een hartslag of stotteren met ingehouden adem.

In beide oeuvres zien we een terugkerend verlangen naar het (de)lokaliseren, naar het trachten uit te zoeken waar iets of iemand is en waar het vandaan komt. Het in beweging zijn, het werken met herhaling en verruimtelijking stelt hen hiertoe in staat en valt in beide praktijken samen.

Net zoals de mysterieuze, onaffe personages in Ginsbergs Howl kan ook het werk van Prenen en Redjaian als een opeenstapeling van culturele, biografische en fictieve referenties gelezen worden dat telkens opnieuw vanuit eenzelfde basiswoordenschat vertrekt en inspiratie put. Ze tekenen, beeldhouwen en borduren manueel voort op dezelfde “wie” en “waar”. Met andere woorden, Redjaians geometrische untitled#-grids en Prenens #BALUSTER-, #FENCE-, #ZOME- en #KOCHU-lexicons zetten de maat, net zoals Ginsbergs “who”. En hoewel hun grids en totems, net zoals Ginsbergs Chinaman from Oklahoma, door een zekere etnische of geografische particulariteit gemarkeerd worden, laten ze zich toch niet volledig determineren.

Je leest het ene werk tegen de voor- of achtergrond van het andere: met een verschil van negentien jaar schuiven Prenen en Redjaian sporen van een stuk Kempen, Duitsland, alsook van landen als Brazilië, Japan en Iran de ruimte binnen. Ze verbinden hun eigen kleur, materiaal en techniek aan Westerse moderne tradities, Zuid-Amerikaanse en Aziatische ornamenten en zoeken naar de voor hen juiste combinatie van al deze elementen.

Door draden op te spannen in een hoek van het huis of op een voor haar door een wever uit de Iraanse stad Kerman voorbereid stuk tapijt brengt Redjaian de galerie en het oorspronkelijke materiaal tot leven. In het geval van Prenen komt hier nog een fascinatie voor bepaalde historische figuren en archetypische ornamentvormen bij. Hij geeft ze een nieuwe betekenis door ze los van tijd en ruimte te herschikken en bespelen. Op elkaar gestapelde zijden kussens dragen de suggestie van een houten baluster in zich. Betonnen baluster wordt zwartgelakte kapstok wordt exotische performer. Vele balusters samen worden architectuuur. Een ontwerp van de Braziliaanse architect Oscar Niemeyer wordt een tekening en vervolgens een borduurwerk. Materialen zien zichzelf afgedrukt in de vorm van een fictief vlagontwerp en grondplan van een in indigo gedipt stuk katoen en shiboristof. Het scharlakenrood zoals we het kennen uit de Chinese brocante accentueert de sporen die in het massieve houtblok vervat zitten nadat dit met een beitel, kettingzaag en schuurmachine onder handen is genomen. Adolf en Karl nemen een speels loopje met wat voorheen de poot van een #KOCHU-sculptuur was. Alles is in beweging, alles is deel van een groter geheel.

De zuil ondersteunt het kapiteel, het mannelijke vult het vrouwelijke aan, het representatieve het abstracte. Beton flirt met bladgoud. Staal met stof. Jackie met Sei. Iran en China overlappen elkaar. Haleh & Mathias. Draad weeft zich een weg doorheen beide oeuvres. Het trekt verbanden, tussen de betekenis en de drager, de spanning en het veld, de oorsprong en het spoor, een tekensysteem en vrij vormenspel.

De kunstenaars bouwen hun werken en de tentoonstelling op zoals de schrijvers van de beatgeneratie zoals Ginsberg hun poëzie zetten: er is de betekenis van het woord zelf, maar ook de ritmische positie in de zin en het eindeloze vrije associëren daartussen. Het presenteert zich als het eindeloos variërende, heen en weer springende Chinamen of Oklahoma-tuttifruttispel.

Liene Aerts, november 2018