Elodie Antoine

Elodie Antoine
30 mei 2015 - 05 jul 2015
Exhibition Views: 
Text: 

De werken van Elodie Antoine zijn gemaakt met soepel materiaal, zoals draad, weefsel, gekleurd papier, linnen of vilt. Deze materialen zijn meestal aangebracht op alledaagse voorwerpen : een stoel, een kader, een wasbekken… maar dan grensoverschrijdend. Steeds vaker neigt Elodie Antoine ertoe de ruimte in zijn totaliteit te omringen met een decor van voorwerpen die lijken zichzelf te genereren. Haar werk maakt gebruik van textielmateriaal om een universum te creëren tussen het organische en het plantaardige waar elke vorm en gedaante deel van lijkt te worden. Terwijl ze het potentieel van de materialen ontdekt, laat ze de veelvuldigheid en groei plaatsvinden op de manier die hun eigen is, maar die zij in toom houdt. Deze woekerende en heterogene installaties zouden gerust in het rijtje van werken van Louise Bourgeois, Annette Messager, Eva Hesse, Dorothea Tanning of Matthew Barney kunnen staan, zonder het morbide aspect dat er soms bij komt kijken.

Wat is dat met die kantklossen die kerncentrales voorstellen, kranen of hoogspanningsmasten? Hoe werkt de ontmoeting tussen een vrouwelijke kunst, huiselijk, vanouds van ondergeschikt belang, en het industriële universum van de man, fallisch, dat zich opricht – voor zijn part in het openbaar? Beide raken elkaar, getuige de foto’s van Bernd en Hilla Becher waardoor de kunstenares zich laat inspireren om haar kantklossen vorm te geven, in onbruik – wat ze misschien wel weer dichter bij elkaar brengt. Maar dat is niet de hamvraag. Doordat ze vrouwelijke technieken aanpast en uit hun ornamentale en huiselijke functie leidt, brengt Elodie Antoine ze binnen in het domein van het mannelijke. Ze giet vrouwelijkheid in de mannelijkheid en omgekeerd. Haar rode lipstick die ze de de vorm van een betonboor heeft gegeven mag daar een voorbeeld van zijn.

Elodie Antoine creëert aanhangsels vanuit de vorm van bepaalde objecten, zoals haar barokke stoelen, waarvan het zitvlak uit stof met bloemenmotieven zich verticaal ontplooit en daarbij groteske welvingen vormt. Het gaat erom in te breken in het voorwerp dat vlees wordt, te suggereren dat zijn misvorming hier niet ophoudt, en dat het op zijn gemak kan verdergroeien. De voorwerpen die ze schept zijn fundamenteel antropomorf en impliceren een relatie van het intieme soort. Hun organiciteit verraadt regelmatig een seksueel karakter. Fallische of vaginale vormen zijn min of meer aanwezig, installaties die het heen en weer stoten suggereert (Schommelstoel), een filament als een slurf dat uit een kader ontstaat, stoffen die aan het plafond hangen en uitlopen in een suggestief uitgroeisel (Installation B-Gallery), stukken die zich met elkaar verstrengelen, (Serie blauwe hemden)... Het universum van Elodie Antoine is sensueel en seksueel. Door middel van het textiel, het seksueel getinte materiaal dat moet doen denken aan de vrouw, is de mannelijkheid zodanig nabij dat ze de universele normen van de dominantie vertroebelt.

De noties van interioriteit, exterioriteit en circulatie komen constant aan bod in het werk van Elodie Antoine. Dit verklaart het ingewanden-aspect van talrijke stukken die de vorm van buizenstelsels in wit of rood vilt kunnen aannemen, afvoersystemen die lijken op organen, of eruit zien als voorwerpen uit vilt die de kunstenares snijdt (dissecteert?) en die in hun interioriteit spiralen voorstellen die aan de bloedcirculatie doen denken. En het huishoudelijke voorwerp begint te leven en roept angsten op. Stoelen, tapijt, gekleurd papier, lijsten, kaders die doen denken aan organismen en oneindige mutaties, biologisch instabiel, tot leven gebracht door een onzichtbare flux. Een paar ervan, zoals de stoelen, stellen op de vloer een massa kleine cellen voor. Het zijn waarlijk objecten die muteren, geen lichamen, maar ze zijn desondanks toch in staat om de toekomst van het menselijk lichaam in vraag te stellen. Zo zou het werk van Elodie Antoine goed passen bij de problematiek van het “posthumane”, want het roept indirect de ethische vraag over klonen op, dankzij de hybriditeit van de aanwezige vormen. En de objecten die ze schept, zelfs als het niet over machines gaat, lijken begiftigd met een leven die het hunne is. Met andere woorden, het is opvallend dat hoewel haar werk onder één hoedje speelt met het idee van transformatie – waaraan het een grote dosis fantasie toevoegt, ontleend aan de surrealisten die maar al te graag met de deformatie van het huishoudelijke hebben gestoeid – niet elk werk van haar een morbide karakter heeft. Ze is steeds in de weer met het principe van de contradictie, als er woekerende cellen zijn, zijn ze in roze stof gewikkeld, daarmee uit de klauwen blijvend van het weerzinwekkende, waarmee toch veel andere kunstenaars gemakkelijk flirten. Een micro-universum, samengesteld uit vage moleculen, stellen de toekomst van het mensdom in vraag en gaan tegelijkertijd op onschuldige wijze de dialoog aan met de expositieruimte.

De methode van Elodie Antoine neigt er tegenwoordig steeds meer toe om de ruimte waarvan ze zich bedient tegemoet te gaan als een soort van onderzoekslaboratorium. En de installaties die ze schept doen de ruimtelijke eigenheden opwellen als waren ze één met elkaar. Het kan een werk over het landschap zijn, wanneer de kunstenares er plots een heleboel bomen bij lapt en op een hoogte stoffen paddenstoelen plaatst, die het bos bezoedelen en in symbiose beginnen samen te leven met de natuur. Hier muteren de vormen werkelijk, overmeesterd door de schimmel en op hun beurt klaar om voer voor de champignons te worden. Het werk evolueert met zijn eigen dynamiek, vermenigvuldigt terwijl het op de ruimte parasiteert. Of omgekeerd, de artiest kan werken met de dematerialisatie, de schijnbare afwezigheid van het object, terwijl ze een ruimte toont, compleet uitgehold, waar het enige wat nog aan het plafond hangt, een heleboel lijstwerk is, rechtlijnig of in de vorm van een rozet. Het lege scheppen, niet als zoektocht naar het immateriële zoals Klein het deed, maar spelend met de archetypes van de 19e-eeuwse bourgoisie-decoratie. Dingen waarop je het niet meer ziet (onzichtbaar, niet immaterieel), maar die de ruimte in hun totaliteit hun kleinburgerlijke aspect verlenen. Het plafond is getransformeerd in een vaag lichaam en het lijstwerk, levenloos object bij uitstek, begint ons te desoriënteren alsof het geen ander doel dient dan zijn eigen reproductie.
Op subtiele wijze, op zoek naar het plotselinge opdoemen, vangt de kunstenares de uitwas van wat gebeurt en doet dit toenemen, zonder te zwichten voor het spectaculaire of het gebruik van wildgroei om de expositieruimte te vullen – een nogal in trek zijnde methode om artistiek werk te produceren.

Eén van de allereerste installaties van Elodie Antoine was het vullen van een ziekenhuiszaal vol met bedden, op de zijkanten plaatste ze gebreide baxters volgens bepaalde stereotypen (babyroze voor het kind, jacquardmotief voor de man, enz.) waarvan de laatste steek de buis vormde. Zoals de kerncentrale-kantklossen, waarvan de draden de rookpluimen vormen, laat de kunstenares zich door de eigenheden van het medium inspireren. Ze maakt ook het hele realisatieproces van haar werken aanschouwelijk. Hoewel de vormen van de werken en installaties door het medium bepaald zijn, zoals typisch is voor het modernisme, worden ze ook bepaald door de expositieruimte – hier een ziekenhuis – waaraan biografische elementen worden toegevoegd. Zo verlegt Elodie Antoine de limieten van de kunst om de werkelijkheid te vervoegen. En het is precies hieraan dat haar methode al haar eigenaardigheid dankt: door uit te gaan van een vraagstelling en een beheersing van het medium om het ontvankelijk te maken voor het werkelijke – of juister: voor de vormen die het oproept. En de werkelijkheid in kwestie gaat over het lichaam en zijn wording in al zijn bestanddelen: mannelijk, vrouwelijk, innerlijkheid en uiterlijkheid, deformatie en formatie, vermenigvuldiging en uitbreiding. Het leven is waar Elodie Antoine het werkelijk over heeft.

Nathalie Stefanov
Oktober 2009