Mathias Casaer

Mathias Casaer
Linescape 1024, N°2 (2014) | 147 x 197 cm | olie op acryl op doek
Linescape 1024, N°14 (2014) | 147 x 197 cm | olie op acryl op doek
Linescape 512, N°3 (2013) | 147 x 197 cm | olie op acryl op doek
Linescape 512, N°3 (2013) | 147 x 197 cm | olie op acryl op doek
Linescape 1024, N°1 (2013) | 147 x 197 cm | olie op acryl op doek
Untitled (2015) | 110 x 140 x 40 cm | assemblage van papier - tabe - gemengd
Still from Audioscape (2015) | computer gegenereerd beeld
Biography: 

Mathias Casaer (°1980 , Leuven, België) 
behaalde een bachelordiploma in de toegepaste informatica in Leuven en een masterdiploma Beeldende Kunst aan het Sint Lucas in Gent. Hij werkte 10 jaar als software engineer voor het departement Architectuur van de Leuvense Universiteit. Sinds 2012 woont en werkt hij uitsluitend als kunstenaar in Gent. Als IT'er in de kunstenaar speelt hij met eigenzinnige combinaties tussen beide velden. 
Een typisch aspect in het werk van Casaer is zijn gebruik van computersimulatie in het schilderkundig proces. Hij zal daarbij het exacte van het programmeren & de rigiditeit van het digitale proces bij de keuzes in z'n beeldtaal omarmen. De werken die zo ontstaan zijn meestal tekeningen en schilderijen, al durven er ook verschuivingen naar andere media zoals digitale projectie, assemblages, objecten en installaties plaatsvinden.
 Hij tracht via deze bewust recursieve oefening om immersieve aspecten van digitale beeldvorming te archiveren in de (schilder)kunst. Waar computergestuurde beelden de werkelijkheid meestal willen overstemmen, zoekt hij dat effect te desublimeren in een schilderkundige materialiteit, waarbij de toeschouwer in zijn honger naar details en vorm zou worden aangesproken op hetzelfde niveau als van een computersimulatie.
 De werken, landschappen, zijn puristisch en meticuleus geconstrueerd, deterministisch, binair, monochroom en duister, platonisch desolaat en gereduceerd tot vorm; wandelingen in virtuele ruimte die betekenisloos referereert naar reële landschappelijkheid. De referenten zijn onbelangrijk in de interpretatie. Het oeuvre verhaalt louter een archivering van landschappen, die ergens wel gekend zijn, en waarbij hij steeds nieuwe instanties uitwerkt, op zoek naar het epische, perfecte vergezicht. 
Daartegenover bevat het een speelse tegenwerking, uniciteit, een bewuste weerbarstigheid en chaos. Met verschillende strategieën lokt hij zijn eigen mogelijkheid tot falen uit; Handmatig werk, het mengen van materie onder de verf, het bedekken van een schilderij met een zwarte laag om dan 'opnieuw te beginnen', willekeurige complexiteit van compositie, het uitlokken van storingen en afwijkingen, het spelen met complexe geometrie, de worsteling met opgedroogde materialen.
 De paradoxale samenhang van deze twee tenoren is niet toevallig; enerzijds wentelt hij zich in een ontstuimig verlangen, een escapistich utopische gedachte van perfecte structuur, digitaal ondersteund. Anderzijds omarmt hij een melancholisch verwijlen in het falen daar ooit toe te komen. De inspiratie van deze dubbelheid is te vinden bij zijn voortdurende contemplatie van de individueel menselijke conditie in een wereld die wordt geïnformatiseerd.