Ilse D'Hollander

Ilse D'Hollander
G 669 (1994) | 14 x 16 cm | gouache
G 672 (1994) | 10 x 10 cm | gouache
G 609 (1992) | 16,5 x 22 cm | gouache
D 879 (1991) | 24 x 32 cm | houtskool
MT 048 (1992) | editie van 8 | 42 x 30 cm | litho
MT 495 (1994) | 30 x 42 cm | gouache
MT 470 (1994) | 24 x 34 cm | gouache
MT 103 (1993) | 27 x 40 cm | zeefdruk
MT 083 (1992) | 29 x 35,5 cm | ets
Text: 

Wat vertellen Ilse D'Hollanders schilderijen? “Een schilderij ontstaat uit het samenvallen van gedachten en het schilderen zelf,” schrijft de kunstenaar in 1991 in de enkele tekst die ze ooit optekende over het schilderen. Voor D'Hollander staat de handeling van het schilderen centraal. In geen geval gaat de schilder op zoek naar een herpositionering van de schilderkunst of een zoektocht naar vernieuwingen binnen een oud medium. D'Hollander schildert als een handelend persoon, waarbij ze “haar zijn investeert in het schilderen”, zo stelt ze in diezelfde tekst. Fundamenteel is het schilderen zelf, en niet zozeer de betekenis die de geabstraheerde tekens oproepen. Daardoor laat D'Hollanders werk zich niet gemakkelijk in woorden vatten. Zelf gaf de kunstenaar geen verklarende uitleg bij haar werken en evenmin gaf ze haar schilderijen titels. Elke poging tot een beschrijving van D’Hollanders werk schiet te kort en lijkt voorbij te gaan aan de essentie van het oeuvre waarmee ze haar denken wilde belichamen. Het werk vormt als het ware een verlengde van haar lichaam en geest, door de handeling en door het denken. Toch vinden we in de gestileerde vormen hints terug naar de plattelandsomgeving waar de kunstenaar woonde en werkte: een boom, een veld, een weg. De schilderijen zijn suggestief en herkenbaar, maar bovenal toont het werk dat betekenis ontstaat in onze zintuiglijke relaties met de wereld.

Werken op papier

De werken op papier behoren net zoals de schilderijen op doek tot de kern van D'Hollanders oeuvre. Zoals ook bij Raoul De Keyser het geval is, resoneren de werken op papier met de schilderijen op doek, alleen versterkt het fragiele karakter van de papieren drager de intensiteit van het geschilderde. Ondanks het kleine formaat, bevatten de werkjes een enorme concentratie en gecondenseerde kracht. Op het eerste gezicht lijken de schilderijen rust en kalmte uit te stralen. De lijnen zijn zacht, het kleurgebruik is genuanceerd. De grafische vlakken schilderde de kunstenaar in grijzige kleuren en pasteltinten, de verf bracht ze aan in transparante lagen over elkaar.
Er heerst een sterk gevoel voor orde en categorisering in het beeld. Anderzijds zijn de lijnen en de begrenzingen van de vlakken gefragmenteerd en onregelmatig, als werden ze met de trillende hand van een zoekende kunstenaar geschilderd. Bij een nadere observatie van de schilderijen, wordt duidelijk in hoeverre de hand van de kunstenaar aanwezig is in het werk. Niet alleen de verfstroken maken de handelingen van de kunstenaar voelbaar, ook de vingervegen, nog duidelijk zichtbaar in de verf, maken het werk persoonlijk en tactiel tegelijkertijd.
Met D’Hollanders vroegtijdige dood, kwam ook een abrupt einde aan de zoektocht naar haar medium. Het artistieke nalatenschap van de kunstenaar laat een oeuvre zien in volle ontwikkeling. En toch spreekt uit D’Hollanders kortstondige kunstenaarspraktijk al een enorme maturiteit. Laat de rijpheid vervat in dit jonge werk en de bescheiden aanzet tot abstractie net de sterktes zijn die D’Hollanders werk de hernieuwde aandacht geven dat het verdient.

Laura Herman